Het alternatieve model voor persoonlijkheidsstoornissen
Het alternatieve model voor persoonlijkheidsstoornissen: toepassingen in de praktijk
Joost Hutsebaut op het WKK congres 2025
Joost Hutsebaut opende zijn expertsessie op het WKK congres 2025 met een kleine nuancering: het Alternatieve Model voor Persoonlijkheidsstoornissen heet weliswaar het alternatieve model, maar dat klinkt bescheidener dan het is. Waarschijnlijk is dit binnenkort gewoon hét model.
Het huidige categoriale denken, iemand heeft wel of geen persoonlijkheidsstoornis, schiet tekort. Gedragsmatige criteria bepalen of iemand voldoet aan een diagnose, maar iemand die wel verlatingsangst ervaart maar die niet op de beschreven manier uit, valt buiten de boot. Persoonlijkheidsstoornissen zijn nu eenmaal geen aan-uitknop.
Het alternatieve model werkt dimensioneel. Criterium A beschrijft de ernst: in welke mate zijn zelf- en interpersoonlijk functioneren beperkt? Identiteit, zelfsturing, empathie en intimiteit zijn de vier bouwstenen. Criterium B beschrijft de kleur: welke karaktertrekken, zoals negatieve affectiviteit, afstandelijkheid of impulsiviteit, tekenen het beeld? Hoe sterker de beperking in A, hoe meer uitvergroot de trekken in B. Wie emoties moeilijk kan reguleren, kan daarin overspoeld raken of die emoties juist wegduwen. Beide zijn uitingen van dezelfde onderliggende kwetsbaarheid.
De verschuiving die Joost beschreef is fundamenteel: van gedragskenmerken naar intrapsychische processen. Zelfbeschadiging is dan niet langer een criterium op zichzelf, maar een uiting van onvermogen tot emotieregulatie. Die blik maakt de diagnostiek rijker en klinisch bruikbaarder.
Want dat was de rode draad in Joost zijn expert-sessie: bruikbaarheid. Welke informatie helpt je om de behandeling te verbeteren? Zijn advies: begin altijd met criterium A, dan criterium B, en gebruik nooit alleen een vragenlijst. Vragenlijsten laten zien hoe iemand zichzelf ziet. Interviews geven de diagnosticus ruimte om eigen indrukken mee te wegen. Juist de discrepantie tussen beide is klinisch relevant, want daar zitten precies de blinde vlekken waardoor iemand blijft vastlopen.
Criterium B vertelt waar de behandeling over moet gaan, welke thema's en doelen centraal staan. Criterium A vertelt hoe: via welk veranderingsproces worden die trekken zachter? Elke therapie, ongeacht de stroming, richt zich uiteindelijk op het versterken van persoonlijkheidsfunctioneren. Het alternatieve model maakt dat proces expliciet en geeft het richting.