Winkelwagen

Er zijn nog geen producten in jouw winkelwagen geplaatst.

Neuropsychologische diagnostiek

Neuropsychologisch onderzoek: wat het is, wanneer het zinvol is en hoe je de uitkomsten toegankelijk terugkoppelt

Over cognitief functioneren, testdomeinen en het gebruik van de NPO-formulieren

 

Hi vakgenoot!

 

Een neuropsychologisch onderzoek, afgekort als NPO, levert een schat aan informatie op. Maar die informatie terugkoppelen aan een cliënt en diens naasten op een manier die echt landen kan, is een vak apart. En voor psychologen die beginnen met het uitvoeren of interpreteren van een NPO kan de hoeveelheid testdata in eerste instantie overweldigend zijn.

In dit artikel leg ik uit wat een NPO is, wanneer het zinvol is om er een te doen, welke cognitieve domeinen erin worden onderzocht en hoe de getekende NPO-formulieren kunnen helpen bij de structurering en terugkoppeling.


Wat is een neuropsychologisch onderzoek?

Een neuropsychologisch onderzoek brengt in kaart hoe iemand cognitief functioneert. Het gaat daarbij niet om een enkele test, maar om een breed scala van domeinen: van aandacht en geheugen tot taal, executief functioneren en sociale cognitie. Samen geven die domeinen een beeld van de sterke en zwakkere kanten van iemands cognitief profiel.

Een NPO wordt uitgevoerd door een (klinisch) neuropsycholoog of een psycholoog met kennis van neuropsychologische diagnostiek. Het onderzoek bestaat doorgaans uit een combinatie van gestandaardiseerde tests, observaties, een auto-anamnese (het verhaal van de persoon zelf) en waar mogelijk een hetero-anamnese (het verhaal van iemand die de persoon goed kent). Dat laatste is van belang, omdat mensen hun eigen functioneren niet altijd goed kunnen inschatten, zeker niet wanneer er sprake is van cognitieve beperkingen.

De uitkomsten van een NPO zijn waardevol voor diagnostiek, indicatiestelling, behandeling en begeleiding. Maar ze zijn ook waardevol voor de cliënt zelf: inzicht in het eigen cognitief functioneren kan helpen om klachten beter te begrijpen, verwachtingen bij te stellen, de juiste hulp en ondersteuning in te zetten en gerichte compensatiestrategieën te ontwikkelen.


Wanneer is een NPO zinvol?

Een NPO is aangewezen in een breed scala aan situaties. Denk aan mensen met klachten over geheugen, concentratie of mentale traagheid na hersenletsel of bij het vermoeden van een neurologische aandoening. De meeste neuropsychologische onderzoeken worden denk ik nog steeds gedaan op een geheugenpoli met de vraag of er sprake is van dementie. Maar ook bij mensen waarbij cognitieve klachten mogelijk samenhangen met psychiatrische problematiek, zoals depressie, PTSS, ADHD of een autismespectrumstoornis kan een NPO waardevolle informatie geven.

Vandermeulen, Derix en Van Dijke beschrijven in De rol van neuropsychologie bij psychotherapie hoe cognitieve beperkingen de voortgang van een psychotherapeutische behandeling kunnen beïnvloeden, soms op manieren die niet direct zichtbaar zijn. Een cliënt die moeite heeft met het ophalen van informatie uit de sessie, die de draad kwijtraakt of die huiswerkopdrachten niet goed kan uitvoeren, hoeft niet ongemotiveerd te zijn. Er kan een neuropsychologische verklaring zijn. Vroegtijdig herkennen van dergelijke beperkingen voorkomt dat behandelingen vastlopen of dat de verkeerde conclusies worden getrokken over motivatie of weerstand.


Welke cognitieve domeinen worden onderzocht?

Een NPO brengt meerdere domeinen in kaart. Hieronder een overzicht van de domeinen op de formulieren, met voorbeelden van tests die per domein gebruikt kunnen worden. De lijst is niet uitputtend, het gaat om inspiratie en verduidelijking.
 

Oriëntatie:

CST

 


Intelligentie:


Schatting:


NLV

 

Huidige intelligentie:

WAIS

 

Kopje ‘In balans?’ is bedoeld om aan te geven of het profiel harmonisch is of niet

 

 

Bij ‘verschil met vroeger’ zou je eventueel intelligentieverval kunnen aangeven

 


Aandacht:


Volhouden:


D2 of Bourdon Wiersma

 

Verdelen:

TMT

 

Reguleren:

STROOP


Werkgeheugen:


Cijferreeksen van de WAIS, eventueel WGI van WAIS (rekenen en cijferreeksen)

 


Mentale snelheid:


TMT, eventueel VSI van WAIS (symbool zoeken en substitutie)

 


Verbaal geheugen:


Inprenten:


8WT, 15WT, RBMT verhalen

 

Ophalen:

Recall van 8WT, 15WT en RMBT verhalen

 

Herkennen

Herkenningstaak bij 15 WT

 

Op de stippellijn kan je eventueel aangeven of samenhang verschil maakt

 


Visueel geheugen:


Inprenten


RCFT, LLT

 

Ophalen:

Recall van RCFT en LLT

 

Herkennen:

Herkenningstaak RCFT

 

Impliciet leren:

VAT


Taal:


Begrijpen


AAT, CAT-NL en observaties begrijpen instructies en vragen

 

Produceren

AAT, CAT-NL  en observaties hoe cliënt zich verbaal uitdrukt

 

Benoemen

AAT en BBT

 

Woordvlotheid:

Letter- en categorie fluency


Praxis:


Apraxietest van Van Heugten

 


Ruimtelijk visueel:


Kopietaak van RCFT, klok tekenen, kubus natekenen, meander

 


Sociale cognitie:


FEEST, faux-pas, cartoons

 


Executief functioneren:


Schakelen


BADS regelwissel, STROOP en TMT

 

Plannen en overzicht

BADS 6 elementen, BADS dierentuin en sleutelzoektaak

 

Remmen van impulsen

STROOP en observaties

 

Ziektebesef en inzicht

BRIEF vragenlijst, gesprekken en overeenkomst en verschil anamnese, hetero anamnese en observaties.


Symptoomvaliditeit:


(Bij inzet en betrouwbaarheid) AKTG, TOM, en VAT-E

 


De implicaties voor behandeling

De uitkomsten van een NPO zijn niet alleen waardevol voor diagnostiek, ze geven ook richting aan de behandeling. Vandermeulen, Derix en Van Dijke beschrijven hoe cognitieve beperkingen concrete aanpassingen vragen in de psychotherapeutische praktijk. Denk aan het korter houden van sessies bij verminderde volgehouden aandacht, het aanbieden van informatie in kleinere stappen, het meegeven van schriftelijke samenvattingen bij geheugenproblemen, of het explicieter maken van sociale codes bij stoornissen in de sociale cognitie.

Wanneer er sprake is van executieve beperkingen kan het nodig zijn dat de therapeut actiever helpt bij het plannen van huiswerkopdrachten, of dat opdrachten eerst in de sessie worden geoefend voordat ze als huiswerk meegaan. Bij mentale traagheid is het aanpassen van het tempo in gesprekken een eenvoudige maar effectieve maatregel.

Kortom: een NPO is niet het eindpunt van diagnostiek, maar een vertrekpunt voor behandeling op maat.


Hoe werken de NPO-formulieren?

De getekende NPO-formulieren zijn bedoeld om de uitkomsten van een neuropsychologisch onderzoek overzichtelijk terug te koppelen aan de cliënt en diens naasten. Elk vel bevat alle domeinen op één A3 vel, met per domein een ondersteunende tekening, een korte uitleg en een kleurenbalkje om aan te geven hoe er gescoord wordt.

De kleurenschaal loopt van rood via oranje en geel naar lichtgroen en groen. De classificerende termen van Bouma en collega's (2012) kunnen daarbij worden aangehouden: een streep of pijl in het rode gedeelte voor een afwijkende of zeer lage score, oranje voor een lage score, geel voor beneden gemiddeld, en lichtgroen voor gemiddeld. Zo ziet de cliënt in één oogopslag hoe het cognitief functioneren per domein eruitziet.

Onderaan het formulier is ruimte voor de conclusie van het NPO en het advies aan de cliënt en diens naasten. Het formulier kan worden meegenomen naar huis, zodat de cliënt de informatie ook buiten de sessie kan raadplegen.


Een goed uitgevoerd neuropsychologisch onderzoek, gecombineerd met een heldere terugkoppeling, geeft cliënten inzicht in hun eigen functioneren en geeft behandelaars de informatie die ze nodig hebben om de behandeling goed te laten aansluiten en om de juist begeleiding en ondersteuning in te kunnen zetten. De NPO-formulieren zijn bedoeld om die terugkoppeling wat makkelijker, overzichtelijker en toegankelijker te maken.

 

Hartelijke groet,

 

Jente

 

Image