Winkelwagen

Er zijn nog geen producten in jouw winkelwagen geplaatst.

Schematherapie

Schematherapie: wat het is, hoe het werkt en wat je ervan kunt verwachten
Over basisbehoeften, schema's, modi en de weg naar de Gezonde Volwassene


Hi!

Misschien begin je binnenkort met schematherapie. Of ben je er als hulpverlener mee aan de slag. Of wil je gewoon begrijpen waar al die termen over gaan. Hoe dan ook: fijn dat je er bent. In dit artikel leg ik uit wat schematherapie is, hoe het werkt en wat je ervan kunt verwachten.

Dat doe ik niet zomaar, want Kenschetser is mede ontstaan vanuit mijn drive om schematherapie begrijpelijker te maken. Het was de eerste behandelvorm waarbij ik als therapeut in opleiding het gevoel had: dit kijkt verder dan de klachten aan de oppervlakte. Dit kijkt echt naar mensen. Naar wat er is gebeurd, waarom patronen zijn ontstaan en hoe je daar samen iets aan kunt doen. Zeker na een GZ-opleiding waarbij CGT sterk op de voorgrond stond, bood schematherapie me een taal om dieper te kijken. En daar ben ik nog steeds heel blij mee.

Schematherapie helpt je niet alleen kijken naar je huidige klachten, maar vooral naar de patronen daaronder. Patronen die vaak al in je jeugd zijn ontstaan en die nog steeds, vaak onbewust, veel invloed hebben op hoe je denkt, voelt en doet. Ik maak gebruik van de termen die in de schematherapie worden gebruikt, maar leg ze zo goed mogelijk direct uit. Want al die taal kan in het begin wat wennen zijn.


Wat is schematherapie?
Schematherapie is een vorm van psychotherapie ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Jeffrey Young. Hij merkte dat de cognitieve gedragstherapie van die tijd onvoldoende hielp voor mensen met meer diepgewortelde en langdurige klachten, zoals persoonlijkheidsproblematiek of steeds terugkerende depressies. Daarom ontwikkelde hij een bredere benadering die niet alleen kijkt naar gedachten en gedrag, maar ook naar onderliggende gevoelens, herinneringen en ervaringen uit de kindertijd.

Schematherapie combineert verschillende ideeën en technieken uit de cognitieve gedragstherapie, de hechtingstheorie, de ervaringsgerichte therapie en de psychodynamische therapie. Het gaat dus om het geheel: hoofd, hart en gedrag samen. Wetenschappelijk onderzoek heeft inmiddels ruim aangetoond dat schematherapie effectief is, onder andere bij persoonlijkheidsproblematiek en bij hardnekkige klachten waarbij mensen steeds opnieuw in dezelfde patronen vastlopen.


Basisbehoeften: waar het begint
Om schematherapie te begrijpen, helpt het om te beginnen bij het begin: de basisbehoeften. Ieder mens wordt als baby volledig kwetsbaar geboren en heeft andere mensen, meestal de ouders, nodig om te overleven. Naast praktische behoeften, zoals eten, drinken, kleding en een dak boven je hoofd, heeft ieder mens ook emotionele basisbehoeften. Iedereen wordt geboren met de behoefte aan zorg, verbinding en veiligheid, en ook met de behoefte om jezelf vrij te kunnen ontwikkelen en jezelf te kunnen uiten en met plezier te kunnen groeien. Die behoeften zijn geen aanstellerij of teken van 'needy' zijn. Het zijn normale behoeften die iedereen heeft en nodig heeft om op te groeien tot een gezonde volwassene. Ze staan centraal in schematherapie.

Binnen schematherapie worden zeven emotionele basisbehoeften onderscheiden. De oorspronkelijke vijf zijn beschreven door Jeffrey Young; rechtvaardigheid en zelfcoherentie zijn later toegevoegd op basis van internationaal onderzoek.

De zeven basisbehoeften zijn:

- Veiligheid en verbinding: zorg en aandacht in een betrouwbare omgeving, je beschermd en gewaardeerd voelen.
- Autonomie: de ruimte om jezelf te ontwikkelen, eigen keuzes te maken en te ontdekken wie je bent.
- Vrijheid van expressie: je gevoelens en gedachten mogen uiten zonder bang te zijn voor afwijzing.
- Realistische grenzen: weten wat er van je verwacht wordt, passend begrensd worden en uiteindelijk zelf kunnen begrenzen.
- Spontaniteit en spel: de ruimte om te ontdekken, te genieten en gewoon nutteloze dingen te doen omdat het leuk is.
- Rechtvaardigheid: opgroeien in een omgeving waar eerlijk en transparant met je wordt omgegaan.
- Zelfcoherentie: jezelf ervaren als een samenhangend geheel, je verbonden voelen met wie je bent en met de wereld om je heen.

Als je dit zo leest, kijk je misschien terug op je eigen jeugd, of heb je iemand in gedachten bij wie deze basisbehoeften er onvoldoende waren. Dat iemand zich bijvoorbeeld niet veilig thuis kon voelen, omdat er een onvoorspelbare of agressieve ouder was, of misschien juist omdat er niemand was. Dat iemand geen ruimte had om zichzelf vrij te uiten, omdat daar gedoe van kwam. Of dat er nauwelijks ruimte was voor spontaniteit en plezier, omdat alles om prestaties draaide. Die tekorten kunnen klein zijn, zoals bij in de basis liefdevolle ouders die het te druk hebben, of heel groot, in het geval van verwaarlozing of misbruik. Maar in beide gevallen krijgt iemand niet wat het nodig heeft en verdient. En dat kan, in combinatie met je aanleg, grote gevolgen hebben voor hoe je je verder ontwikkelt.

Als volwassene heb je in principe dezelfde behoeften, op een volwassen niveau. En hopelijk heb je in je leven geleerd hoe je zelf voor die behoeften kunt zorgen. Als dat niet zo is, is schematherapie een manier om dat alsnog te leren en je daardoor prettiger te gaan voelen.


Schema's: de bril waardoor je kijkt
Wanneer er in de kindertijd niet goed genoeg aan een van deze basisbehoeften werd voldaan, kan dat in combinatie met je temperament (aanleg) tot een zogenoemd schema leiden. Een schema kun je zien als een diepgewortelde overtuiging of bril waardoor je naar jezelf, anderen en de wereld kijkt. Zo'n schema bestaat niet alleen uit gedachten, maar ook uit gevoelens, lichamelijke reacties en gedrag. Vaak ben je je er niet van bewust; het voelt simpelweg als de werkelijkheid. Je weet niet beter, het is gewoon hoe jij denkt, voelt en reageert. Wel kun je merken dat het een soort blauwe plek is: het doet extra pijn als het geraakt wordt.

Als je bijvoorbeeld als kind weinig ruimte had om je autonoom te ontwikkelen, weinig ruimte kreeg om je eigen beslissingen te maken en dingen zelf te ontdekken, of je mening er niet toe deed, dan bestaat de kans dat je het schema Afhankelijkheid hebt ontwikkeld: een diep gevoel van niet op eigen benen kunnen staan. Dat is een logisch gevolg, want je hebt immers ook weinig positieve ervaringen op kunnen doen in het jezelf mogen zijn, eigen keuzes en fouten mogen maken. Als volwassene kan dat betekenen dat je enorm van slag raakt als iemand dreigt weg te gaan, of dat je maar moeilijk alleen dingen kunt aanpakken, ook als je dat eigenlijk best zou kunnen. Het voelt alleen nog niet zo.

Nog een voorbeeld: wanneer je ouders vaak afwezig of onberekenbaar waren, was er te weinig van de basisbehoefte veiligheid en verbinding. Dat kan leiden tot schema's als Emotioneel tekort, het diepe gevoel dat je nooit echt krijgt wat je emotioneel nodig hebt, of Wantrouwen/misbruik, de overtuiging dat anderen je uiteindelijk zullen kwetsen, zeker als dat in je leven al vaak is gebeurd. Als volwassene kan dat betekenen dat je moeite hebt anderen te vertrouwen, of dat je steeds het gevoel hebt er alleen voor te staan.

Het is belangrijk om te weten: je bent je schema's niet. Het zijn patronen die je hebt ontwikkeld als logisch gevolg van wat er in je leven is gebeurd, en dus ook iets waar je stap voor stap iets anders en iets nieuws in kunt leren.


Copingstijlen: hoe je probeert met schema's om te gaan
Als een schema geraakt wordt, doet dat pijn. Als mensen vroeger weinig gezonde manieren hebben geleerd om met die moeilijke gevoelens om te gaan, is het nogal logisch dat ze al vroeg allerlei manieren zoeken om die pijn zo goed mogelijk te omzeilen. Die manieren noemen we copingstijlen. Binnen schematherapie spreken we van drie soorten.


Overgave: je legt je neer bij het schema en neemt het als waarheid. Je gedraagt je alsof het schema klopt. Als je bijvoorbeeld het schema Zelfopoffering hebt, ga je er op voorhand al vanuit dat de behoeften van de ander belangrijker zijn, en doe je wat de ander zegt zonder na te gaan wat je zelf nodig hebt.



Vermijding: je gaat alles uit de weg wat het schema zou kunnen activeren: situaties, mensen of gevoelens. Je probeert nieuwe dingen niet uit angst dat het je niet zal lukken. Of je trekt een muur op, probeert niet te voelen, door bijvoorbeeld hard te werken, te sporten, of alcohol of drugs te gebruiken.



Omkering: je gedraagt je alsof het tegendeel van het schema waar is. Iemand die zich diep minderwaardig voelt, kan van de buitenkant doen alsof die de allerbeste is. Dat doen alsof zorgt er tijdelijk voor dat de pijn wat minder gevoeld wordt.



Deze strategieën zijn vroeger allemaal logisch ontstaan en waren toen vaak ook helpend. Ze zorgden er bijvoorbeeld voor dat een kind niet in nieuw conflict terechtkwam. Het lastige is alleen dat deze aangeleerde strategieën patronen worden die zich blijven herhalen, ook als het allang niet meer nodig is, je volwassen bent en de situatie is veranderd. En dat zorgt er op de lange termijn meestal voor dat het schema en de problemen in stand blijven. Als je nieuwe dingen uit de weg gaat omdat je bang bent te mislukken, doe je ook geen nieuwe goede ervaringen op, en blijft het gevoel een mislukking te zijn bestaan.


Modi: de kanten van jezelf
Als je dieper in schematherapie duikt, kom je het woord modus tegen, het meervoud is modi. Een modus is een tijdelijke gemoedstoestand die wordt geactiveerd als een schema geraakt wordt. Je kunt het zien als een kant van jezelf die op de voorgrond treedt, met bijbehorende gedachten, gevoelens en gedrag. Dit gebeurt vaak onbewust. Maar achteraf kun je misschien wel denken: wat had ik een masker op, of: waarom reageerde ik zo heftig? In de praktijk herken je jezelf er vaak verrassend snel in.

Binnen de schematherapie spreken we van vier soorten modi.
 

Kindmodi, de kwetsbare kanten:
in de kindkanten voel je vaak heftige emoties, emoties zoals kinderen die ook kunnen ervaren. Het Kwetsbare kind voelt zich angstig, verdrietig of verlaten. Het Boze kind reageert intens op een onvervulde behoefte. Er zijn ook een Razend, Impulsief en Ongedisciplineerd kind.



Disfunctionele oudermodi, de innerlijke critici:
dit zijn geïnternaliseerde stemmen met nare boodschappen. Het strenge stemmetje in je hoofd. Je bent niet goed genoeg, je verdient straf, je moet harder werken. De Veeleisende ouder en de Straffende ouder zijn de bekendste.
 

Beschermende modi, de overlevingsstrategieën:
deze staan als een soort schild tussen kwetsbare kanten en de buitenwereld of de innerlijke critici. Ze zorgen ervoor dat pijnlijke gevoelens wat minder sterk gevoeld worden. Zoals de Onthechte beschermer die gevoel uit de weg gaat, de Willoze inschikkelijke die zich aanpast en de Perfectionistische overcontroleerder die alles onder controle probeert te houden.

Functionele modi, de gezonde kanten:
gelukkig zijn er ook helpende, gezonde kanten. De Gezonde volwassene neemt evenwichtige beslissingen en zorgt goed voor zichzelf. Het Blije kind kan heerlijk genieten, spelen en fantaseren. Die modi wil je vaker aanwezig hebben.


Hoe hangen schema's en modi samen?
Een modus is een combinatie van een geraakt schema en de copingstijl die iemand daarbij heeft ontwikkeld. Iemand kan op hetzelfde schema ook met verschillende copingstijlen reageren. Iemand met het schema Verlating kan bij het gevoel iemand te verliezen in een Kwetsbaar kind-modus schieten, vol paniek en wanhoop. Maar diezelfde persoon kan ook in een Onthechte beschermer-modus schieten, afstandelijk en gesloten, zodat die pijn niet zo sterk gevoeld hoeft te worden.

Anders gezegd: hetzelfde schema kan zich heel anders uiten, afhankelijk van de copingstijl die iemand heeft ontwikkeld. Dat is ook een van de redenen waarom schematherapie werkt met het unieke verhaal van de persoon die je bent of voor je hebt.


Wat zijn de doelen van schematherapie?
Schematherapie werkt in grote lijnen aan drie dingen tegelijkertijd.

Begrijpen: inzicht krijgen in hoe jouw patronen zijn ontstaan, welke basisbehoeften er niet of onvoldoende zijn vervuld, en welke schema's en modi daardoor zijn ontwikkeld. Dat inzicht is op zichzelf al helend: het maakt dat je je reacties beter begrijpt en er met meer mildheid naar kunt kijken.

Voelen: het voelen van verdriet en boosheid over wat je als kind nodig had maar niet hebt gekregen. Dat klinkt zwaar, en dat is het ook soms. Maar wat ik merk, is dat mensen na die rouw vaak voor het eerst echt begrijpen dat hun behoefte aan nabijheid of erkenning geen zwakte was. Het is gewoon wat ieder kind nodig heeft. En zolang die pijn van vroeger geen plekje heeft gekregen, blijft het schema op de achtergrond aanwezig en blijf je vanuit oude pijn reageren.

Veranderen: de Gezonde volwassene versterken, gezondere manieren van omgaan met lastige situaties leren inzetten, de oudermodi op afstand zetten en voor het Kwetsbare kind leren zorgen. Uiteindelijk gaat het erom dat je steeds meer op een goede manier voor je eigen basisbehoeften kunt zorgen, ook buiten de therapie.


De therapeutische relatie: limited reparenting
In schematherapie speelt de relatie met de therapeut een bijzondere en bewuste rol. De therapeut neemt een houding aan die we limited reparenting noemen: een klein stukje herouderschap. Dat betekent dat de therapeut, binnen de grenzen van de professionele relatie, zich probeert op te stellen als een goede ouder en iets biedt van wat je als kind gemist hebt: warmte, erkenning, veiligheid, begrenzing.

Dit is natuurlijk niet hetzelfde als vervanging van wat je ooit hebt gemist, want dat is helaas niet mogelijk. Maar wel als oefenruimte voor iets nieuws: een plek waar je kunt ervaren hoe het voelt als een ander beschikbaar is, grenzen stelt zonder te straffen en jouw gevoelens serieus neemt. Die ervaringen in de therapeutische relatie zijn geen bijzaak in schematherapie, ze zijn een belangrijk onderdeel van de behandeling. In de loop van de therapie wordt die veiligheid als springplank gebruikt om te oefenen met andere relaties buiten de therapiekamer. Uiteindelijk gaat het er om je leven te gaan leven, zonder (voor altijd) therapie. 


Welke technieken worden gebruikt?
Schematherapie gebruikt een combinatie van technieken en oefeningen, gericht op het hoofd, het hart en het gedrag.

Denken (cognitieve technieken): het uitdagen van schema's, leren kijken of een overtuiging echt klopt en wat een realistischer en vriendelijker alternatief zou zijn.

Voelen (ervaringsgerichte technieken): zoals imaginatieoefeningen, waarvan imaginaire rescripting de bekendste is. Daarbij keer je in therapie in gedachten terug naar een pijnlijke herinnering uit het verleden, maar zorg je er samen in gedachten voor dat het anders afloopt, op een manier waarop je basisbehoeften wel worden vervuld. Dat klinkt misschien wat onwennig, maar het is een krachtige manier om nieuwe ervaringen op te doen op gevoelsniveau en ervoor te zorgen dat oude pijn wat minder blijft raken. De meerstoelentechniek is een andere typische schematherapietechniek: door elke modus letterlijk een aparte stoel te geven, geef je ze een aparte stem, en kun je de dynamiek tussen kanten van jezelf niet alleen bespreken maar ook voelen.

Doen (gedragsmatige technieken): misschien wel het allerbelangrijkste voor echte verandering in je leven: nieuw gedrag uitproberen in het dagelijks leven, ook al voelt dat in het begin onwennig of spannend.


Wat kun je verwachten?
Schematherapie is een intensieve behandeling die tijd, ruimte en moed vraagt. In het begin kunnen er pijnlijke emoties omhoogkomen, omdat je dingen gaat aanraken die je misschien lang uit de weg bent gegaan. Maar het gebeurt altijd in een tempo dat bij jou past. Het is dan ook belangrijk dat je voldoende ruimte in je agenda en je hoofd hebt om dat op te vangen.

Tegelijkertijd hoef je je leven niet op pauze te zetten. Oefenen met nieuwe inzichten en nieuw gedrag in het dagelijks leven is juist een onderdeel van de behandeling. Schematherapie kan individueel worden gevolgd, in een groep, of een combinatie van beide. De duur varieert: van een aantal maanden tot meerdere jaren, afhankelijk van hoe hardnekkig en diep de patronen zijn.

Het is ook goed om te weten dat schematherapie geen traumabehandeling is, maar wel werkt met traumatische ervaringen via imaginatietechnieken. Als er ook sprake is van een posttraumatische stressstoornis, kan het helpen om die eerst te behandelen.


Over het materiaal
Dit zijn de concepten die ik zo graag visueel wil maken. Niet omdat de woorden er niet toe doen, maar omdat ik merk dat tekeningen soms sneller bij het gevoel komen dan een uitleg, en we allemaal wat minder in ons hoofd blijven hangen. En in schematherapie gaat het nu juist ook over dat gevoel.


Ik heb tekeningen gemaakt om de concepten visueel te ondersteunen: de basisbehoeften, schema's en modi. Het materiaal is onder andere gebaseerd op het werk van Jeffrey Young, Janet Klosko en Marjorie Weishaar zoals beschreven in Schemagerichte therapie, op Schematherapie bij borderline-persoonlijkheidsstoornis van Hannie van Genderen en Arnoud Arntz, op het Handboek Schematherapie en op het position paper van Arntz en collega's uit 2021 (Towards a reformulated theory underlying schema therapy). Bij het bepalen van welke basisbehoeften, schema's en modi zijn opgenomen heb ik ook gebruik gemaakt van het overzicht van de Vereniging voor Schematherapie.

Wil je meer weten over schematherapie, een therapeut zoeken of verder lezen? Kijk dan op schematherapie.nl.

Ik hoop dat dit je een goed beeld geeft en je vandaag je blije kind ook nog even wat ruimte geeft!

Hartelijke groet,

Jente

Image